logo

Beroepskrachten en stagiaires

Kindercentrum Babbels werkt uitsluitend met gediplomeerd personeel, dit noemen wij "beroepskrachten". Onze beroepskrachten hebben minimaal een MBO opleiding "Pedagogisch Medewerker Kinderopvang (niveau 3)"MBO afgerond. Daarnaast werken wij veel met MBO gespecialiseerde pedagogisch medewerkers (niveau 4) of HBO SPH.

Alle beroepskrachten en stagiaires dienen in bezit te zijn van een geldige verklaring omtrent goed gedrag en dienen een beroepscode te ondertekenen.

Naast beroepskrachten is er op Kindercentrum Babbels ook ruimte voor stagiaires.

Beleid van Babbels is dat er plek is voor een BBL (Beroeps Begeleidende leerweg; een combinatie van werken en leren) - stagiaire. Deze stagiaires staan het eerste jaar boventallig (zij hebben nog geen eindverantwoordelijkheid en worden niet als beroepskracht ingezet, zij zijn als het ware ‘extra'), mits het leerproces hierdoor niet stagneert. Het tweede jaar van hun stage worden hun verantwoordelijkheden steeds meer opgebouwd en worden zij, in eerste instantie in beperkte mate, volledig ingezet op de groep.

Naast BBL - stagiaires is er plek voor één BOL (Beroeps Opleidende Leerweg; een fulltime opleiding) - stagiaire per jaar.

Ten slotte is er elk seizoen; van januari t/m juni en van september tot december plek voor een werkveldoriëntatie/snuffelstage. Dit is één persoon per seizoen. Hiervoor kiezen wij om de kinderen niet met teveel verschillende gezichten de confronteren. 

Taken beroepskrachten in opleiding en stagiaires 

Kinderen begeleiden

  • Begeleidt kinderen, zowel in groepsverband als in individueel opzicht.
  • Schept een situatie binnen de groep waarin kinderen zich veilig voelen en stimuleert kinderen, door middel van uitvoering van het pedagogisch beleidsplan, zich verder te ontwikkelen.
  • Begeleidt kinderen bij de dagelijkse voorkomende bezigheden.
  • Organiseert activiteiten gericht op ontwikkeling, eventueel buiten het kindercentrum.

Kinderen verzorgen

  • Draagt zorg voor de dagelijkse verzorging van kinderen.

Informatie uitwisselen over kinderen en werkzaamheden

  • Houdt de ontwikkeling van kinderen bij.
  • Draagt zorg voor een goed (periodiek) contact met ouders/ verzorgers en informeert naar specifieke aandachtspunten (dagritme, voeding e.d.) en bijzonderheden van de op te vangen kinderen, ook bijvoorbeeld in de vorm van ouderavond
    ( standaardopdracht vanuit de opleiding).
  • Onderhoudt in het geval van schoolgaande kinderen contact met de betreffende scholen.
  • Stemt met collega’s af over de dagindeling en de verdeling van de werkzaamheden en draagt mede zorg voor een goede samenwerking en voor een goede overdracht.

Ruimten en materiaal beschikbaar houden

  • Verricht licht huishoudelijke werkzaamheden in de groep en draagt mede zorg voor het beheer, de hygiëne en goede staat van de inventaris.

Verantwoordelijkheden en de minimale eisen van de stagiaire op de groep

De verantwoordelijkheden van stagiaire groeien gedurende het stagejaar van de stagiaire. Dit is afhankelijk op welke groep de stagiaire stage loopt en in welke jaar de stagiaire zich bevind. De praktijkopleider maakt samen met de stagiaire een leerplan voor de aankomende periode van een leerjaar. In het leerplan komen ook de voorwaarden, verwachtingen en de minimale eisen van de stagiaire van de aankomende periode. De verantwoordelijkheden (beleidsplan 5.1) en verwachtingen(werkplan 5) van de stagiaire staan al beschreven.

De minimale eisen van de stagiaire zijn:

Eerste jaar stagiaire is altijd volledig boventallig

De stagiaire mag nooit aleen met de kinderen alleen staan op de groep of buiten, altijd met een gediplomeerd pedagogisch medewerker. De stagiaire mag geen kinderen alleen ophalen van de scholen. De stagiaire mag geen flessen geven en geen flessen maken. De stagiaire mag geen kinderen uit bed halen of in bed doen.

Tweede leerjaar is de stagiaire gedeeltelijk inzetbaar.

De stagiaire mag nooit alleen met de kinderen alleen staan op de groep of buiten staan, altijd met een gediplomeerd pedagogisch medewerker.

De stagiaire mag geen kinderen alleen ophalen van de scholen. De stagiaire mag in het begin geen baby’s flesjes maken of geven (dit hangt samen met de groei van de stagiaire en vorderingen in het leerjaar, inzicht).

De stagiaire mag geen kinderen uit bed halen of in bed doen (dit hangt samen met de groei van de stagiaire en vorderingen in het leerjaar, inzicht).

Derde leerjaar kan de stagiaire volledig inzetbaar zijn.

De stagiaire mag alleen met de kinderen op de groep of buiten staan. De stagiaire mag intallig worden ingezet bij ziekte en vakantie ( mits de stagiaire niet wordt gehinderd in haar/zijn leerklimaat). De stagiaire gaat op de helft van haar/zijn leerjaar meer verantwoordelijkheden dragen/krijgen. De praktijkopleider kijkt (naar eigen inzicht) welke verantwoordelijkheden zij/hij kan dragen in het laatste half jaar van het leerjaar.

Begeleiding

De begeleiding van een stagiaire bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Het inwerken gebeurt volgens het inwerkschema, gedurende 4 weken.
  • De dagelijkse begeleiding vindt direct op de groep plaats. Aangezien de praktijkopleider die verantwoordelijk is voor de stagiaire, samen met haar op de groep werkt, kunnen er direct op de werkvloer aanwijzingen en feedback gegeven worden. De dagelijkse begeleiding kan per groep verschillend zijn. De begeleiding kan worden verzorgd door werkbegeleiders of praktijkbegeleiders.
  • Alleen in het begin van de BPV-periode vindt wekelijks gesprekken plaats.
  • De begeleidingsgesprekken tijdens de rest van de BPV-periode vinden om de twee weken plaats. In deze gesprekken komen leerdoelen, opdrachten, leerplan, pop/pap en vorderingen aan de orde. Hiervoor hebben we een begeleidingsgesprekformulier.
  • Het begeleidingsgesprek heeft tot doel de deelnemer te ondersteunen tijdens het leerproces. De praktijkopleider bespreekt de opdrachten en geeft de stagiaire adviezen en tips over het functioneren en leren. De deelnemer krijgt de gelegenheid vragen te stellen.
  • Het voortgangsgesprek (evaluatie): dit gesprek is bedoeld om de voortgang van het leerproces te controleren. Er kan vastgesteld worden of alles volgens planning verloopt en of het programma bijgesteld moet worden om de opleidingsdoelen binnen de gestelde termijn te kunnen realiseren.

Bij BOL-deelnemers wordt het gesprek halverwege de opleidingsperiode gevoerd. Bij BBL-deelnemers vindt het gesprek aan het begin van de opleiding één keer per maand plaats en later naar behoefte.

  • De beoordelingsgesprekken vinden halverwege en aan het einde van de stageperiode plaats. Het kan ook voorkomen dat er drie beoordelingsgesprekken plaats vinden tijdens de stageperiode. Stagiaires doen hun proeven van bekwaamheid om te toetsen of de stagiaire de competentie en de interactievaardigheden beheersen en de praktijkopleider kan door het 360 graden formulier voor een tussentijdse beoordeling kiezen.