logo

Anderen aanvoelen, anticiperen op gedrag en imiteren

De pedagogisch medewerkers van Kindercentrum Babbels willen kinderen begeleiden in het leren aanvoelen van anderen, door de tijd te nemen om te benoemen wat iemand voelt. Pedagogisch medewerkers proberen, door het voeren van een gesprekje over de situatie, de kinderen te leren 'kijken' en luisteren naar de ander en daarop te anticiperen.

Met het ouder worden leren kinderen steeds beter signalen herkennen van ongemak bij een ander. Kinderen van vier jaar kunnen verdriet of stress bij anderen goed herkennen, maar hebben vaak wel nog moeite met het herkennen van meer subtiele signalen van verdriet of ongemak.
In de praktijk merken de pedagogisch medewerkers dat kinderen in de basisschoolleeftijd vaak gericht zijn op het verdriet, de stress of het ongenoegen van andere kinderen. Wanneer een kind huilt omdat hij zich pijn heeft gedaan, verzamelt er zich vaak meteen een groepje kinderen omheen. Het ene kind wil het verdrietige groepsgenootje troosten, het andere kind is nieuwsgierig naar wat er aan de hand is. Dit geldt voor alle leeftijden. Het is niet zo dat alleen oudere kinderen de jongeren willen troosten, De pedagogisch medewerkers gebruiken dit soort situaties vaak om dieper in te gaan op de oorzaak van het verdriet. De kinderen stellen vragen en het verdrietige kind mag zelf vertellen wat er aan de hand is of wat er gebeurd is. Wanneer het kind het niet zelf wíl of kán vertellen, zal de pedagogisch medewerker dit doen.

Kinderen vanaf ongeveer 7 jaar kunnen vaak zelfs goed onderscheiden of een kind huilt omdat hij écht verdriet heeft, of omdat hij bijvoorbeeld gewoon zijn zin wil hebben. Wij zien dan dat het kind dat huilt omdat een groepje niet wil dat hij mee speelt, door de anderen genegeerd wordt. Terwijl het andere kind, dat verdriet heeft omdat het gevallen is, meteen de onverdeelde aandacht krijgt.

Wanneer een jonger kind geplaagd wordt, zien wij vaak dat oudere kinderen het voor hem opnemen wanneer zij zien dat hij er stress van heeft of verdrietig door wordt. Wanneer de kinderen in deze situatie zelf tot een oplossing komen, zal de pedagogisch medewerker afstand houden. Alleen wanneer de pedagogisch medewerker ziet dat zij er écht zelf niet uit komen of zelf om hulp vragen, zal de pedagogisch medewerker met hen in gesprek gaan. Zij zal benoemen wat zij heeft zien gebeuren. Op deze manier kunnen kinderen leren dat zij goed moeten kijken naar een ander kind en goed moeten luisteren, om te zien en horen wat hij wél of níet wil.

Kindercentrum Babbels vindt het feit dat pedagogisch medewerkers het goede voorbeeld geven belangrijk; een kind leert het meest door het nadoen van anderen. Dit wordt ook wel imitatiegedrag/nabootsing genoemd.

Op de buitenschoolse opvang leren kinderen niet alleen veel van het kijken en luisteren naar de pedagogisch medewerkers, maar zij leren over en weer ook veel van elkaar. Jongere kinderen kunnen als het ware 'de kunst afkijken' van de oudere kinderen van de groep. Dit geldt ook voor kinderen van dezelfde leeftijd, zij kopiëren ook gedrag of acties van elkaar, waar zij weer van leren.

Kinderen leren van elkaar sociaal gedrag doordat een groep kinderen bijvoorbeeld één kind niet meer mee laat doen in het spel omdat hij steeds doormiddel van huilen zijn zin probeert te krijgen. De groep leert dat kind op deze manier dat dit geen sociaal of gewenst gedrag is.

Wij vinden het belangrijk dat kinderen leren 'positief bijdragen aan het geheel'. Kort gezegd houdt dit in: verschillende vormen van sociaal gedrag. Hieronder vallen onder andere 'samen werken', 'samen delen' en 'het aanvoelen van een ander en daarop reageren'. Een andere vorm is 'onbaatzuchtig gedrag'. 'Onbaatzuchtig' betekent: het eigen voordeel verwaarlozen ter wille van anderen.

Pedagogisch medewerkers kunnen een kind begeleiden bij de ontwikkeling van onbaatzuchtig gedrag door hem te leren het verband te leggen tussen het eigen gedrag en de emotionele toestand waarin een ander zich bevindt. Maar ook doormiddel van 'modelling'[1] leren kinderen veel over onbaatzuchtig gedrag. Door het goede voorbeeld te geven en het kind hier ook actief bij te betrekken leert het kind veel.

[1] Modelling is een vorm van leren waarbij het gaat om het nadoen van iets dat je iemand anders ziet doen. Het gaat om het gevolg van het nagebootste gedrag.