logo

Eigen verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en zelfredzaamheid

Kinderen op de buitenschoolse opvang zijn volop bezig hun identiteit en zelfredzaamheid te ontwikkelen. Hiervoor hebben zij zelfvertrouwen nodig en zelfstandigheid.

De pedagogisch medewerkers van Kindercentrum Babbels willen de kinderen stimuleren hun identiteit en zelfredzaamheid te ontwikkelen. Dit doen zij op een coachende manier. Dit wil zeggen dat zij kinderen geen dingen uit handen nemen of hen dwingen iets te doen maar door hen zélf na te laten denken. Kinderen krijgen de ruimte om zelf te experimenteren en dingen (van elkaar) te leren. De pedagogisch medewerkers staan klaar om kinderen hierin bij de staan en te begeleiden. Er wordt gekeken naar wat zowel en het individuele kind, als de groep, nodig heeft.

Het stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en zelfredzaamheid komt naar voren in de volgende onderwerpen:

  • Kinderen doen zelf hun jas en schoenen aan.
  • Kinderen gaan zelfstandig naar de w.c.
  • Kinderen moeten het speelgoed waar zij mee bezig waren éérst opruimen voordat zij iets anders gaan doen.
  • Kinderen mogen, met toestemming van pedagogisch medewerker, de bal halen die buiten het hek is gegaan. Op de locatie Hammarskjöldstraat is er een niet-afgesloten buitenruimte.
  • Wanneer de kinderen uit school gehaald worden, mogen zij van de pedagogisch medewerker alvast een stukje voor uit lopen. Bijvoorbeeld tot aan de volgende lantaarnpaal of tot aan het zebrapad.
  • Kinderen mogen binnen het hek zelfstandig buiten spelen. Op de locatie Hammarskjöldstraat is er een niet-afgesloten buitenruimte.
  • Kinderen met een buitenspeel-contract mogen zelfstandig, buiten het hek spelen. Zij moet dan wel tijd (horloge of telefoon) mee en een tijd waarop zij zich weer moeten melden op het kindercentrum. Op de locatie Hammarskjöldstraat is er een niet-afgesloten buitenruimte.
  • Kinderen worden door de pedagogisch medewerkers naar een andere groep gestuurd om iets te halen of naar de supermarkt om een boodschap te doen. Daarnaast mogen zij wel eens een klein opdrachtje/klusje uitvoeren voor de pedagogisch medewerkers.
  • Kinderen die eigen speelgoed mee naar het kindercentrum hebben genomen, wordt duidelijk uitgelegd dat zij hier zelf de verantwoording voor dragen. Zij moeten zélf op het speelgoed passen.
  • Kinderen mogen zelf hun brood smeren als zij dit willen. De kinderen geven het aan, het mág, het hoeft niet. Hiermee wordt niet alleen de zelfstandigheid bevorderd maar ook de sociale vaardigheden. Kinderen moeten namelijk aan een ander vragen of zij de boter of de smeerkaas door willen geven.
  • Wanneer kinderen niet mee willen doen aan een bepaalde activiteit, hóeft dit niet. Hiermee benadrukken wij het feit dat zij een eigen mening en een eigen wil hebben en dat zij deze kunnen gebruiken.
  • Wanneer kinderen een conflict hebben, grijpen de pedagogisch medewerkers niet meteen in. Zij kijken eerst of de kinderen het zelfstandig op kunnen lossen. Wanneer de pedagogisch medewerker merkt dat het niet lukt, vraagt zij of en hoe zij zelf hebben geprobeerd het op te lossen. Vervolgens probeert de pedagogisch medewerker, door het stellen van vragen, de kinderen te begeleiden naar een oplossing.