logo

Anderen aanvoelen, anticiperen op gedrag en imiteren

Wanneer kinderen ongeveer 12 maanden zijn beginnen zij te reageren op ongemak of verdriet bij anderen. Ze hebben het duidelijk in de gaten wanneer bijvoorbeeld ouders of andere familieleden verdrietig zijn, maar in het begin kunnen ze hier nog niet goed op reageren. Baby's van tien tot twaalf maanden gaan vaak (mee)huilen of worden onrustig. Rond de leeftijd van dertien maanden zien we vaak een eerste aanzet om de ander te troosten. Het kind gaat naar de ander toe, slaat de armpjes om die persoon heen of geeft een aai. Het troosten is nog wel heel algemeen en niet gericht op hetgeen dat tot het verdriet geleid heeft. Kinderen vanaf achttien maanden richten zich bij het troosten wél op de oorzaak van het verdriet.

Met het ouder worden leren kinderen ook steeds beter signalen herkennen van ongemak bij een ander. Kinderen van vier jaar kunnen verdriet of stress bij anderen goed herkennen, maar hebben vaak wel nog moeite met het herkennen van meer subtiele signalen van verdriet of ongemak.

De pedagogisch medewerkers van Kindercentrum Babbels willen kinderen begeleiden in het leren aanvoelen van anderen, door de tijd te nemen om te benoemen wat iemand voelt. Op zowel de peutergroep als de baby en dreumesgroep wordt hier aandacht aan besteed door emoties en gezichtsexpressie te benoemen.
Een oudere peuter begint te leren zich te verplaatsen in een ander kind. Pedagogisch medewerkers proberen, door het voeren van een gesprekje over de situatie, de kinderen te leren ‘kijken' en luisteren naar de ander en daarop te anticiperen.

Kindercentrum Babbels vindt het feit dat pedagogisch medewerkers het goede voorbeeld geven belangrijk; een kind leert het meest door het nadoen van anderen. Dit wordt ook wel imitatiegedrag genoemd. Dit gedrag begint al bij jonge baby's op de babygroep. Zij zullen op een bepaald moment bewegingen of gezichtsexpressie gaan imiteren van de pedagogisch medewerker.
Dreumesen zullen vooral alledaagse dingen imiteren zoals telefoneren, koken, schrijven. Allerlei dingen die zij hun ouders en pedagogisch medewerkers zien doen. Wanneer zij weer iets ouder zijn zullen zij net als oudere kinderen van de peutergroep gedrag dat zij zien qua opvoeding, regels en grenzen gaan imiteren.
Het imitatiegedrag van kinderen van 0 t/m 4 jaar is zeer belangrijk voor de grondlegging van sociale competenties. Zij kunnen als 't ware ‘de kunst afkijken' van zowel volwassenen als van kinderen die ouder zijn dan zijzelf. 

anderen aanvoelen

Wij vinden het belangrijk dat kinderen leren ‘positief bijdragen aan het geheel'. Kort gezegd houdt dit in: verschillende vormen van sociaal gedrag. Hieronder vallen onder andere ‘samen werken', ‘samen delen' en ‘het aanvoelen van een ander en daarop reageren'. Een andere vorm is ‘onbaatzuchtig gedrag'. ‘Onbaatzuchtig' betekent: het eigen voordeel verwaarlozen ter wille van anderen. Pedagogisch medewerkers kunnen een kind begeleiden bij de ontwikkeling van onbaatzuchtig gedrag door hem te leren het verband te leggen tussen het eigen gedrag en de emotionele toestand waarin een ander zich bevindt.

Maar ook doormiddel van 'modelling' leren kinderen veel over onbaatzuchtig gedrag. Door het goede voorbeeld te geven en het kind hier ook actief bij te betrekken leert het kind veel.