logo

Spel en activiteiten

De pedagogisch medewerkers van Kindercentrum Babbels scheppen condities voor spel door een aanbod van materialen en activiteiten dat aansluit bij het ontwikkelingsniveau en de interesse van een kind. Dit doen zij zónder een kind het initiatief uit handen te nemen. Het speelgoed of materiaal moet uitdaging bieden en mogelijkheid tot het leren en ontdekken van nieuwe dingen.

Kinderen mogen tijdens vrijspel zelf de ruimte of hoek kiezen waar ze willen spelen en het materiaal waar ze mee willen spelen. Een kind kan dan zijn eigen voorkeur en mening ontwikkelen wat betreft spel en materiaal. Wij zijn van mening dat wij als volwassenen niet álles hoeven voordoen. Kinderen kunnen al ontdekkend zélf veel nieuwe dingen leren.
Op de baby- en dreumesgroep wordt overwegend materiaal geboden voor het ontwikkelen van de grove motoriek, omdat kinderen in deze leeftijdsgroep daar vooral mee bezig zijn. Daarnaast zijn er materialen en speelgoed aanwezig voor het ontwikkelen van de fijne motoriek, het spelen van fantasiespel, zintuiglijk spel, en muzikale activiteiten. 

De pedagogisch medewerkers bieden veel variatie in spel en activiteiten. Dit zorgt voor levendigheid op de groep en belangrijker nog, voor prikkeling en uitdaging van de kinderen. Beleid van Kindercentrum Babbels is dat, wanneer dit mogelijk is, buiten wordt gespeeld. Dit vinden wij belangrijk omdat kinderen buiten veel meer ruimte hebben om hun grove motoriek te ontwikkelen. Tevens hebben kinderen buiten andere zintuiglijke ervaringen, wind die door hun haren waait, regen op hun gezicht en handen en het horen van andere geluiden. Ze zien de takken van bomen heen en weer gaan in de wind en horen het ritselen van de blaadjes. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat kinderen, wanneer mogelijk, minstens één keer per dag een frisse neus kunnen halen omdat dit goed is voor de gezondheid.

Een vaardigheid op het gebied van motoriek, die elke dag aan de orde komt op het kindercentrum is de zelfredzaamheid bij persoonlijke verzorging. De pedagogisch medewerkers van Kindercentrum Babbels leren de kinderen op een ontspannen manier zichzelf aan- of uit te kleden, hun handen te wassen, hun jas op te hangen en spullen op te ruimen in de kast. Het feit dat kinderen bijvoorbeeld allemaal op hetzelfde moment gaan uitkleden, maakt dat kinderen ook naar elkaar kunnen kijken. Zij kunnen andere kinderen als voorbeeld nemen. Dit zorgt voor een vertrouwde omgeving om nieuwe dingen te leren. Kinderen worden niet gedwongen om zichzelf aan te kleden. Wanneer pedagogisch medewerkers zien dat kinderen dit leuk vinden en er aan toe zijn, wordt daarop ingespeeld. Alleen in geval van een duidelijke achterstand stimuleert de pedagogisch medewerker het kind door het ‘samen' te doen. Zij laat het kind ervaren dat hij het wél kan.

Tijdens het spelen doen kinderen veel cognitieve competenties op. Vanaf het moment dat kinderen een beetje gaan praten, wordt daar op ingespeeld door de pedagogisch medewerkers. Zij doen spelletjes met kinderen waarbij zij allerlei voorwerpen in de ruimte aanwijzen en benoemen. Het zingen van liedjes en het voorlezen van verhaaltjes is ook een belangrijk onderdeel van de dag. Tijdens deze activiteiten maken de jonge kinderen spelenderwijs kennis met elementen zoals de zon en de wind. Daarnaast leren zij de dieren kennen en de geluiden die zij maken.
Tevens worden bij jonge kinderen veel aandacht besteed aan het benoemen van de verschillende lichaamsdelen. Dit wordt vaak gedaan tijdens het aan- en uitkleden of verschonen. Tevens wordt door de pedagogisch medewerker spelletjes gedaan met betrekking tot emoties. Zij trekt een boos gezicht en benoemt dit. Zij zegt met een zware stem: ‘Ik ben boos'. Daarna trekt zij een blij gezicht en zegt met een vrolijke stem: ‘Ik ben blij!'. De baby leert zo welke gezichtsexpressie en welk stemgebruik bij welke emotie hoort.
Op de baby en dreumesgroep wordt veel gebruik gemaakt van boekjes met plaatjes die benoemd kunnen worden. Tevens zijn er blokken op de groep die gestapeld kunnen worden en een vormenstoof waarbij het juiste vormpje in het bijbehorende gat gestoken moet worden.

Op de peutergroep wordt tevens elke dag voorgelezen. Kinderen leren door het voorlezen onder andere hoe de ‘sociale wereld' in elkaar zit. Daarnaast zijn boeken aanwezig waarin kleuren, getallen, grootten, seizoenen, dieren en planten worden beschreven. Wanneer deze boeken worden voorgelezen is dit een interactief gebeuren. Het voorlezen van boeken zorgt er ook voor dat kinderen leren een verhaal te begrijpen. Ze leren de inhoud en zelfs de gedachten achter het verhaal te begrijpen. De pedagogisch medewerkers helpen de kinderen hierbij door met hen over een zojuist gelezen verhaal van gedachten te wisselen. Wanneer zij merkt dat de bedoeling van een verhaal bijvoorbeeld voor jonge kinderen nog niet duidelijk is, kan zij met de oudere kinderen hierover praten, terwijl zij de jongeren wel in het gesprek betrekt.

Peuters kunnen vaak al veel lichaamsdelen benoemen en leren op deze leeftijd vaak nog dingen bij, zoals elleboog, nek en hiel. Daarnaast leren zij waarom een jongetje een jongetje is en een meisje een meisje. Er wordt vaak tijdens een kringgesprek door de pedagogisch medewerkers aandacht besteed aan ieders sekse. Er wordt dan apart aan elk kind gevraagd: ‘Ben jij een jongen of een meisje'. Wanneer een kind het verkeerde antwoord geeft, wordt hierover gesproken en uitgelegd hoe de vork in de steel zit.

In het algemeen zijn kinderen van zichzelf al onderzoekend en nieuwsgierig. Dit is een belangrijke competentie voor kinderen omdat deze hen verder brengt in hun ontwikkeling. De pedagogisch medewerkers van Kindercentrum Babbels willen kinderen uitdagen om in zoveel mogelijk situaties een onderzoekende en nieuwsgierige houding aan te nemen.

Het maken van een constructie ofwel ‘bouwen' met blokken of duplo vindt Kindercentrum Babbels ook een belangrijke vaardigheid die kinderen moeten leren.
Kinderen krijgen op Kindercentrum Babbels voldoende gelegenheid om deze vaardigheid te ontwikkelen. Er worden de kinderen onder andere houten blokken en duplo aangeboden. Cognitieve aspecten van bouwen zijn het feit dat kinderen leren dat wanneer zij het ene blokje op het andere bevestigen, er een toren ontstaat en bovendien dat je van deze blokken iets kunt maken dat daadwerkelijk iets voorstelt; een voorwerp of object dat zij kennen uit het dagelijks leven.
De ene keer zullen de kinderen zelf bouwen en de andere keer neemt de pedagogisch medewerker het voortouw.

Het leren van creatieve vaardigheden staat bij het kinderdagverblijf hoog in het vaandel. Wij vinden het belangrijk dat kinderen dans en beweging, zingen en muziek maken, tekenen, verven en andere beeldende uitingen en expressie van zorg naar andere mensen, dieren en planten leren.
Er wordt op het kindercentrum vaak gedanst. Pedagogisch medewerkers dansen met de kinderen mee en doen bewegingen voor. Zingen en muziek maken elke dag deel uit van het dagprogramma. Kindercentrum Babbels vindt het samen zingen en muziek maken met instrumentjes belangrijk voor de algemene muzikale ontwikkeling van kinderen.
Tekenen, verven en andere beeldende uitingen komen ook vaak aan bod. Kinderen worden gestimuleerd en uitgedaagd nieuwe dingen te proberen en zichzelf te uiten in creatieve activiteiten.

Aan de expressie van zorg voor andere mensen en planten wordt op Kindercentrum Babbels regelmatig aandacht besteed. Expressie van zorg voor andere mensen komt dagelijks voor. Wanneer bijvoorbeeld een kind gevallen is en heel hard moet huilen wordt een ander kind betrokken in het troosten. Een pedagogisch medewerker laat hem de beker of de washand naar het andere kind brengen. Dit is een veelvoorkomende manier waarop pedagogisch medewerkers van Kindercentrum Babbels kinderen leren om zorg voor anderen te hebben en ‘hoe' je dat kunt doen.
Bij gelegenheid worden wel eens plantjes gezaaid met kinderen op de groep. Dan wordt elke dag aandacht besteed aan het groeiproces van het plantje en of het nog water nodig heeft. 
Gezien het feit dat er geen dieren binnen mogen komen op het kindercentrum is er weinig mogelijkheid tot het besteden van aandacht aan zorg voor dieren. Wel komt dit gegeven voor in bepaalde boeken die voorgelezen worden.

Ten slotte zijn ‘logisch denken' en ‘het oplossen van problemen' twee belangrijke cognitieve vaardigheden voor kinderen om te leren. Het logisch denken en het oplossen van problemen wordt de kinderen geleerd door begeleiding van zelfredzaamheid, spelletjes en activiteiten. Praktisch inzicht is een vaardigheid die je echt moet leren. Het kind zoveel mogelijk ZELF  te laten doen en problemen op hun eigen niveau te laten oplossen stimuleert en bevordert de ontwikkeling van deze vaardigheid. Daarbij is het belangrijk het kind de tijd te geven om zelf te proberen en/of met oplossingen te komen. Zo leren kinderen van hun eigen handelingen en volgen hun eigen leerproces. Door zelfstandig iets te leren of iets uit te zoeken heeft een kind hier zijn hele leven profijt van.

In allerlei situaties stimuleren de pedagogisch medewerkers de kinderen om zélf (logisch) na te denken en, voor zover mogelijk, hun eigen problemen op te lossen. Het komt ook voor dat één kind het andere kan helpen een probleem op te lossen. De pedagogisch medewerker kan hem daarin begeleiden door hem erop te wijzen en kleine suggesties aan te dragen. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een pedagogisch medewerker het kind bij de hand neemt en samen ‘niet doen' gaat zeggen tegen een ander kind dat iets doet wat hij niet leuk vindt. Het kind kan het dan zélf zeggen, met een steuntje van de pedagogisch medewerker in zijn rug.