logo

Rust en actie

Voor de rust op de groep en het individueel welbevinden van de kinderen op lichamelijk en psychisch gebied is het belangrijk dat er een balans is tussen rust en actie in het dagprogramma. Wanneer kinderen de hele dag alleen maar rond zouden rennen, zouden zij aan het einde van de dag erg chagrijnig worden en oververmoeid raken. Oververmoeidheid leidt bij jonge kinderen vaak tot slapeloosheid. Ze zijn dan ‘over hun moeheid heen' en worden soms hyperactief of hysterisch. Wanneer kinderen daarentegen de hele dag alleen maar rustig aan tafel zouden zitten en weinig beweging zouden krijgen, zouden zij hun energie niet kwijt kunnen. Wanneer kinderen hun energie niet kwijt kunnen worden ze vaak heel druk en opstandig. Hun gedrag is dan niet meer prettig voor henzelf en de omgeving.

Er wordt door de pedagogisch medewerkers een goed evenwicht gezocht tussen rustige en actieve bezigheden. Zij bekijken per situatie of dagdeel wat goed is voor het individuele kind én voor de groep als geheel.

Slaapritme

De jonge baby's slapen in hun eigen ritme. Er wordt door de pedagogisch medewerkers geanticipeerd op hun individuele slaapbehoefte. De oudere baby's slapen geleidelijk aan nog maar twee keer op een dag; één keer 's ochtends en één keer 's middags. Uiteindelijk zullen zij nog maar één keer slapen, halverwege de dag.

De dreumesen en jonge peuters slapen van 13.00-15.00 uur. Rond het derde levensjaar vindt een overgang plaats. Kinderen hebben de rust nog wel nodig tussen de middag maar hoeven niet meer te slapen. In deze periode gaan de kinderen nog wel naar de slaapkamer maar enkel om te ‘rusten'. Vanaf circa 3,5 jaar oud wordt, met het oog op het gaan naar de basisschool, in overleg met ouders het middagslaapje weggelaten.

Slapen

Slapen is een terugkerend ritueel op het kinderdagverblijf. Om alle indrukken en belevenissen van een intensieve dag te verwerken is een rustperiode nodig. De peuters en dreumesen doen een ‘middagslaapje' en baby's slapen naar behoefte. Voordat de kinderen naar bed gaan vinden elke dag bepaalde activiteiten plaats in dezelfde volgorde; uitkleden, verschonen en/of naar de w.c. gaan, even spelen in romper of ondergoed, boekje voorlezen of liedje zingen en daarna de spenen en/of knuffels pakken. Deze activiteiten vormen samen een ritueel dat plaats vindt voor het slapen gaan. De kinderen krijgen een slaapzak aan en liggen zoveel mogelijk in een vast bedje in de slaapkamer. De kinderen van de peutergroep slapen zonder slaapzak. Gedurende het in slaap vallen van de kinderen houdt een medewerker toezicht.

Veiligheid

Baby's worden bij Kindercentrum Babbels op hun rug in bed gelegd. Bij hoge uitzondering, in het geval van een serieuze ‘buikslaper', mag de baby op zijn buik in bed worden gelegd. In dit geval móet er door ouders een speciaal ‘veilig slapen'- formulier worden ingevuld en ondertekend. Alle slaapkamers van Kindercentrum Babbels zijn voorzien van babyfoons. Tevens zijn de bovenste bedjes in de babyslaapkamers voorzien van uitvalbescherming en alarmsluiting. Door gebruik van babyfoons kunnen pedagogisch medewerkers de kinderen, op afstand, in de gaten houden. Wanneer zij een kindje horen huilen, weten zij wie het is en kunnen direct op het juiste bedje aflopen. Met behulp van de babyfoons kunnen de kinderen ook buiten de slaapkamer in de gaten worden gehouden. De pedagogisch medewerkers kunnen overzicht houden zonder steeds de deur open te hoeven doen en naar binnen te lopen, waardoor de rust in de slaapkamer bewaard wordt.

De bedjes en matrasjes op Kindercentrum Babbels voldoen aan de door overheid vastgestelde veiligheidseisen. De bedjes op de babygroep zijn voorzien van een alarm. Uit veiligheidsoverwegingen wordt er op het kindercentrum géén gebruik gemaakt van dekbedjes. Op de peutergroep hebben de kinderen geen slaapzak meer aan in bed. In de winter, wanneer het onder de achttien graden is, wordt gebruik gemaakt van katoenen dekens met een dekbedhoes er omheen. In de zomer liggen de kinderen onder een dekbedhoes. Baby's die in een bovenbed slapen krijgen geen deken of laken over zich heen. Bij wijze van uitzondering wordt voor de baby's een lakentje gebruikt om de beentjes van een baby vast te leggen, waardoor hij de rust vindt om in slaap te vallen. Er worden door kindercentrum Babbels geen rubberen onderzeiltjes voor de matrasjes gebruikt. Dit in verband met gevaar voor verstikking.

Wat betreft knuffels en tutteldoekjes wordt ook rekening gehouden met de veiligheid van kinderen. Er worden geen extreem grote knuffels mee naar bed gegeven of knuffels met onderdelen die makkelijk door een kind losgetrokken kunnen worden. Tevens worden geen grote lappen stof, zoals knuffeldekens mee naar bed gegeven. Dit om opeten en verstikking te voorkomen. De haarelastiekjes en metalen haarspeldjes van kinderen worden tijdens het uitkleden uit het haar gehaald. Dit om te voorkomen dat zij in de slaapkamer worden ‘opgegeten'.